Vele jaren terug werden tegen de oprukkende Varroa mijten ( sinds 1983 in onze regio) diverse middelen toegepast. Een behandeling die o.a. werd toegepast was gebruik maken van natuurlijke middelen met de Varen – Dryopterus Felix-Mas – Nederlandse naam de Mannetjes Varen. Mas staat voor man, vandaar.
Een plant die aan het begin van onze jaartelling reeds bekend was als Lintworm afdrijvend middel.
In de voorloper van het Imkerforum – de Zoomlijst waar Jan Tempelman een wel heel belangrijke rol heeft gespeelt.- werd daarover al iets gemeld, en dat willen wij hier nog eens vermelden.
Een jaar geleden heb ik al eens een stuk gelezen over de behandeling tegen varoa met behulp van varens.
Kort geleden kwam ik weer een stuk hierover tegen, waarna ik het besluit nam dit in de praktijk te gaan toetsen.
Afgelopen periode heb ik wederom de darrenraat methode toegepast, met de variant zoals in Bijen 3/99 omschreven.
Het schoon maken van de darrenraten, de hoeveelheid werk hieraan, de verknoeide energie van mijn bijen en het misschien tekort aan darren heeft mij steeds het idee gegeven dat ook deze manier uiteindelijk niet de beste is.
Deze ochtend heb ik nog een viertalramen schoon gemaakt die nog in de diepvries waren opgeslagen. Gekopt, uitgeslagen voorzover mogelijk en met de water straal nagespoeld. Al met al ruim een uur werk en een hoeveelheid water voor vier ramen.
Het waren de laatste ramen van de uitgevoerde methode. Het aantal varoa-mijten die ik in de cellen heb gezien waren aanzienlijk. In sommige wel drie stuks!
Het aantal mijten op de onderleg plank van mijn kasten bleef desondanks toch hoog. Van 2 tot meer dan 20 per week.
Sinds twee weken geef ik mijn volken nu een bosje varens. Het betreft de Mannetjesvaren(Dryopteris filix-mas).
***** noot jant: info uit Heimans/Heinsius/Thijsse: “”de dikke wortelstok wordt in de geneeskunde gebruikt voor het afdrijven van lintwormen; de plant wordt voor dit doel en ook als sierplant gekweekt.”””*********
Het aantal varoa wat op de boddem ligt is nu niet echt schrikbarend hoog. Maar er zijn toch een aantal bijzonderheden door mij waargenomen.
Er zijn nog veel mijten die nog leven.
Een groot aantal mijten zijn zeer licht tot wit van kleur. Dit kan duiden op nog zeer jonge mijten.
De activiteiten van deze “witte” mijten zijn zeer hoog. sommige springen zelfs weg als ik zze met het pincet wil pakken.
Ik heb geen enkele verontrusting, sterfte of andere vreemde bijzonderheden bij mijn bijen aangetroffen.
De varens leg ik boven in, onder de dekplank. Ik trof vrij veel propolis aan om en aan de afgekloven varens.
Rest mij nog een aantal vragen.
– Wie heeft met deze manier van bestrijding ervaring?
– Wat is de aanbevolen hoeveelheid varens die moet worden gegeven?
– Wat zou de invloed op de eventuele aanwezige honing kunnnen zijn?
– Welke bestanddelen zijn op de varoa van toepassing? de bestanddelen van de varen zijn o.a. 5% filmaron, filixzuur of filixine, looistof, zetmeel, suiker en olie.
Heeft de Ambrosius hoeve hier al onderzoek naar gedaan?
met vr. gr gerard vos.
Zoemers,
De behandeling van mijn volken m.b.v. varens tegen de varroamijt (ik zal het niet meer vergeten jant!) zet ik komende weken door.
De AVB zit nu naast onze deur(Dalen-Nieuweroord ca 20km) maar de varroa is er ook nog.
Met gebruik van de darrenraat behandeling in 1998 en dit voorjaar leek de besmetting redelijk succesvol.
Ik heb me aangeleerd minstens iedere week de bodem te controleren op aantal mijten.
Na de laatste darrenraatraampjes verwijderd te hebben was het aantal mijten met ca 5 in de week te overzien. Ca 5 stuks in de week is naar mijn idee toch aan de hoge kant.
Dit was de reden om meer te doen.
Al binnen een week na start van de behandeling ben ik geschrokken van het aantal mijten dat vrij komt.
In bijgaand attache (Microsoft Excel) heb ik een overzicht gemaakt per volk, datum en aantal mijten.
Opvallend is dat bij telling een groot aantal mijten nog zeer actief is.
Ook de kleur van de mijt is vaak licht bruin tot wit. Kan dat betekenen dat er ‘jong’ geboren mijten “uitvallen”?
Zijn geboren mijten in de gesloten cellen na het uitkomen al op kleur? Wat gebeurt er met de mijten?, omdat ze niet direct dood zijn? De mijten doe ik in een apart dopje (alubakje voor waxine kaarsjes) en twee dagen later leefden deze nog!?
De bijen tonen op geen enkele wijze aan, last te hebben van de behandeling.
Beste zoemers,
Hier deel 3 van de behandeling van mijn volken met gebruikmaking van varens.
Als je na een darrenraatbehandeling van je volken denkt dat je het naar omstandigheden goed doet( op een natuurlijk verantwoorde manier), en dan bij controle toch nog enkele mijten op de plank ziet liggen, denk je dat het resultaat niet 100% is geweest.
Als experiment leek het me wel aardig om een nabehandeling te geven met varens. Hiervan heb ik er voldoende in de tuin staan.
Dat het resultaat zo zou uitvallen heeft mij gelijktijdig verbaast en geschokt.
In het voorjaar heeft een van mijn volken weer veel last ondervonden van dode poppen, die door de bijen werden verwijderd.
Deze poppen waren nog niet volgroeid, hadden een leeg achterlijf, en de tong al uit de bek.
Ook de A.hoeve kon hier geen duidelijke verklaring aan geven, maar vermoedde toch een vorm van Varroa besmetting.
Dit volk ‘produceert’ iedere dag tussen de 20 en 50 mijten!! met een uitschieter naar 71!!!???
Na twee weken van gebruik werden er zeer veel, heel kleine mijten gevonden.
Het pantser van veel mijten was ook nog zacht.
Zeer opvallend is het dat veel mijten die op de plank liggen nog leven, op de rug liggend kunnen ze niets. Op het moment dat je ze oppakt met het pincet gaan ze er soms als een ‘speer’ vandoor.
Als er belangstelling is wil ik de metingen op verzoek wel toesturen. ( misschien heeft janT nog wel een plekje vrij op zijn page??) .
Nog twee weken(men zegt een ‘kuur’ van zes weken) ben benieuwd naar het eind resultaat.
Heeft de Ambrosiushoeve interesse?
****noot jant: leg het via de vbbn gewoon als onderzoekvoorstel aan hen voor”, wij betalen hen!!!!, het is “ons” instituut!!!!!!*****
tellijst Overzicht van behandeling bijenvolken tegen Varroa met gebruikmaking van Dryopterus felix-mas
| dag | datum | weer | cyclus dar | kast 1 | kast 2 | kast 3 | kast 4 | kast 5 | opmerkingen | ||
| °C ca | (voorbeeld) | Varens in kast gedaan | |||||||||
| 1 | do | 24-06-99 | eitje | ||||||||
| vr | 25-06-99 | eitje | |||||||||
| za | 26-06-99 | eitje | |||||||||
| zo | 27-06-99 | larve | 8 | 3 | 6 | 22 | 35 | eerste telling gestart | |||
| ma | 28-06-99 | larve | 3 | 1 | 6 | 20 | 24 | ||||
| di | 29-06-99 | larve | 7 | 1 | 1 | 25 | 19 | ||||
| wo | 30-06-99 | larve | 3 | 1 | 0 | 31 | 12 | ||||
| 2 | do | 01-07-99 | larve | 8 | 0 | 0 | 23 | 19 | nieuwe varens ingevoerd | ||
| vr | 02-07-99 | larve | geen telling | ||||||||
| za | 03-07-99 | pop | 5 | 1 | 7 | 32 | 30 | telling ca 13.00 uur | |||
| zo | 04-07-99 | d 25° | pop | 5 | 1 | 0 | 24 | 25 | dode poppen bij kast 5 | ||
| ma | 05-07-99 | r 20° | pop | 8 | 2 | 3 | 20 | 23 | |||
| di | 06-07-99 | d 20° | pop | 5 | 0 | 4 | 11 | 23 | |||
| wo | 07-07-99 | r 20° | pop | 7 | 0 | 8 | 28 | 31 | |||
| do | 08-07-99 | pop | 6 | 0 | 5 | 32 | 28 | veel kleine witte mijten | |||
| 3 | vr | 09-07-99 | pop | 13 | 6 | 6 | 40 | 27 | nieuwe varens ingevoerd | ||
| za | 10-07-99 | pop | geen telling (NJF) | ||||||||
| zo | 11-07-99 | pop | 5 | 3 | 6 | >40 | >30 | ||||
| ma | 12-07-99 | pop | 8 | 4 | 7 | 39 | 29 | ||||
| di | 13-07-99 | pop | 6 | 2 | 6 | 53 | 31 | ||||
| wo | 14-07-99 | pop | 2 | 4 | 1 | 45 | 31 | ||||
| 4 | do | 15-07-99 | pop | 4 | 9 | 0 | 43 | 22 | nieuwe varens ingevoerd | ||
| vr | 16-07-99 | pop | 4 | 6 | 2 | 33 | 22 | ||||
| za | 17-07-99 | pop | 8 | 2 | 4 | 71 | 41 | ||||
| zo | 18-07-99 | 30° | eitje | 11 | 3 | 4 | 46 | 29 | |||
| ma | 19-07-99 | 30° | eitje | 11 | 1 | 2 | 65 | 33 | |||
| di | 20-07-99 | 24° | eitje | 8 | 0 | 4 | 51 | 35 | |||
| wo | 21-07-99 | 20° | larve | 7 | 0 | 1 | 38 | 20 | nieuwe varens ingevoerd | ||
| 5 | do | 22-07-99 | 20° | larve | 4 | 2 | 0 | 45 | 28 | ||
| vr | 23-07-99 | 16° | larve | 6 | 7 | 5 | 42 | 32 | |||
| za | 24-07-99 | 20° | larve | 5 | 3 | 7 | 46 | 34 | |||
| zo | 25-07-99 | 25° | larve | 12 | 12 | 6 | 58 | 26 | |||
| ma | 26-07-99 | 20° | larve | geen telling | |||||||
| di | 27-07-99 | 21° | pop | 31 | 13 | 6 | 60 | 20) | nieuwe varens | ||
| wo | 28-07-99 | pop | 15 | 14 | 1 | 35 | 18 | veel lege schilden | |||
| 6 | do | 29-07-99 | pop | 11 | 25 | 1 | 70 | 53 | |||
| vr | 30-07-99 | 28° | pop | 5 | 26 | 1 | 64 | 48 | |||
| za | 31-07-99 | 30,4° | pop | 15 | 32 | 6 | 61 | 59 | |||
| zo | 01-08-99 | 30° | pop | 11 | 28 | 5 | 95 | 54 | |||
| ma | 02-08-99 | 31° | pop | 4 | 21 | 4 | 70 | 50 | |||
| di | 03-08-99 | 31° | pop | 25 | 19 | 12 | 109 | 76 | nieuwe varens in kast 4 en 5 | ||
| wo | 04-08-99 | 30° | pop | 27 | 12 | 7 | 40 | 45 | |||
| 7 | do | 05-08-99 | 25° | pop | 25 | 10 | 3 | 37 | 37 | ||
| vr | 06-08-99 | 25° | pop | 33 | 17 | 4 | 64 | 45 | |||
| za | 07-08-99 | 20° | pop | 32 | 26 | 1 | 79 | 79 | |||
| zo | 08-08-99 | pop | |||||||||
| ma | 09-08-99 | pop | |||||||||
| di | 10-08-99 | pop | |||||||||
| 413 | 317 | 152 | 1767 | 1264 | Telling ca 19.00 uur | ||||||
| ramen broed(ca) | 16 | 12 | 8 | 9 | 10 |
En dan nog wat meer informatie m.b.t. de VArens:
Subject:Re: Varen>Varroa
From: “dr. Peter C. van der Molen” <peter.vd.molen@tip.nl>
To: vbbn_zoem-L@lifenet.nl (Mailing list vbbn_zoem-L)
Het volgende is uit de Chemisch-ecologische flora (KNNV, 1997 Van Genderen, Schoonhoven en Fuchs)
Een zeer aan te raden werk, dat je als lid van de KNNV kunt komen voor ca. 60,= Het bevat dergelijke bijdragen over 132 families…
Niervarenfamilie
Dryopteridaceae
Niervaren (Dryopteris)
Mannetjesvarens vormen een aggregaat van diploide en tetraploide soorten met de tetraploide D. filix-mas (in beperkte zin) als de voornaamste. Ze zijn giftig voor het vee. Ondanks de ervaring dat de dieren deze varen mijden, zijn vergiftigingen bij paarden en runderen voorgekomen. De meeste meldingen komen uit Engeland en lerland, waarbij koeien in het voorJaar bij gebrek aan goed gras jonge varenspruiten en stukken rhizoom aten van de vegetatie langs een bosrand. Vergiftigde dieren zijn loom, lopen moeizaam of gaan liggen. Ze worden vaak tijdelijk en enkele zelfs blijvend blind en vertonen bij aanwezigheid van water een merkwaardige voorkeur om daarin te gaan staan of liggen. Bij pathologisch onderzoek werden talrijke zweren in de boekmaag en darm aangetroffen en bloedingen in het netvlies van de ogen (MacCleod et al., 1978; zie ook Clarke & Clarke, 1977, A.~..). De planten zijn kennelijk effectief beschermd tegen aantasting door herbivoren (zie ook kader Varens en insekten bij familie 6 Hypolepidaceae).
Mannetjesvaren wordt al sedert Galenus (tweede ecuw na Chr.) als middel gebruikt om lintwormen te verdrijven. Hiertoe worden extracten gebruikt uit de rhizomen en de onderste delen van de bladstelen. Het middel is effectief, maar riskant vanwege de geringe marge tussen de therapeutische en toxische doses. Naast verschijnselen van maag-darmirritatie wordt vooral de neurotoxische werking gevreesd, die in ernstige gevallen tot optische neuritis en zelfs blindheid kan leiden.
De werkzame stoffen zijn in hoofdzaak derivaten van floroglucine, of meer nauwkeurig, acylfloroglucinol-verbindingen. Mannetjesvaren bevat evenals andere Dryopteris-soorten verschillende floroglucinol-derivaten met een butyryl-, propionyl- of acetylgroep. Er zijn meer dan vijftig verbindingen van dit type gelsoleerd. Elke Dryopteris-soort heeft zijn eigen combinatie en dat geldt ook voor de leden van het polyploide-aggregaat van de Mannetjesvarens.
Karakteristieke bouwstenen van de anthelminthisch werkzame floroglucinol-derivaten van Mannetjesvaren zijn aspidinol met een butyrylrest als zijketen en filicinezuur (fig. 10.1). Het zijn feitelijk artefacten die bij de extractie kunnen ontstaan. In de plant komen verbindingen van meerdere floroglucinol-eenheden voor die verbonden zijn door methyleenbruggen. De antilintworm-werking wordt vermoedelijk in hoofdzaak veroorzaakt door stoffen van het type van filixzuur, bestaande uit aspidinol verbonden via methyleengroepen met twee moleculen filicinezuur. In figuur 10.2 is als voorbeeld filixzuur BBB afgebeeld, waarbij de aanduiding BBB betekent dat alle drie zijketens uit butyrylresten bestaan (Penttila & Sundman, 1963; Murakami & Tanaka, 1988).
De biologische werking van deze stoffen berust waarschijnlijk op een remming van dt A r P-vorming door ontkoppeling van de oxidatieve fosforylering in de mitochondrien. Ooh bij andere ontkoppelaars is blindheid als effect waargenomen.
Literatuur
Hegnauer, 1: 283-286, 477-478 (1962); 7: 431459, 801 (1986).
MacCleod, N.S.M., A. Greig, J.M. Bonn & K.W Angus, 1978. Poisoning in cattle associated with Dryopteris filix-mas and D. I’orreri. Vet. Rec 102: 239-240.
Murakami, T. & N. Tanaka, 1988. Occurrence structure and taxonomic implications of fern constituents. In: Progress in the chemistry of organic natural products 54: 1-310.
Penttila, A. & J. Sundman, 1963. The structure oi filixic acids. Acta Chem. Scand. 17: 191-198.
