Schimmels en sporen in Honing.

“Wat vertellen de microscopische sporen die wij in honing aantreffen ons?”

                     “Niet alle zoetigheid die de bij verzamelt, komt uit een bloem.” 🐝🌿

Een overzicht van honingschimmels die voorkomen in honing van onderzochte honinganalyses.

Behalve pollen en gisten kunnen in honing ook schimmels en schimmelsporen aangetroffen worden. Schimmels planten zich vooral voort door sporen te vormen.

Ze zijn microscopisch klein, in grootte ongeveer vergelijkbaar met de afmetingen van pollen.

Sporen zijn meestal aanwezig in honing die de bijen uit extra florale nectariën inzamelen en in honingdauwhoning.

In onderstaand overzicht worden enkele schimmelsporen aangegeven zoals die in de onderzochte honingmonsters aangetroffen werden met benaming, herkomst en afmetingen.

Wat zijn de verschillen tussen Extra-florale honingen en Honingdauwhoningen?

Honing is door zijn hoge suikerconcentratie, lage wateractiviteit en zure milieu voor veel micro-organismen helemaal geen prettig groeimedium. Een recente publicatie over de microbiologie van honing bespreekt precies dit onderscheid tussen aanwezige micro-organismen/sporen en daadwerkelijke groei.

Artikel 1 Warenwetbesluit vermeld:

honing: de natuurlijke zoete stof, bereid uit bloemennectar of uit afscheidingsproducten van levende plantendelen of uitscheidingsproducten van plantensapzuigende insecten op de levende plantendelen, welke grondstoffen door de bijensoort Apis mellifera worden vergaard, verwerkt door vermenging met eigen specifieke stoffen, gedeponeerd, gedehydreerd, en in de honingraten opgeslagen en achtergelaten om te rijpen.

Honingdauwhoning is een type honing die niet ontstaat uit bloemennectar, maar uit de zoete afscheiding die door insecten zoals bladluizen wordt geproduceerd. 

Deze insecten voeden zich met plantensappen en scheiden honingdauw af, een vloeistof die door bijen worden verzameld en verwerkt tot honing. 

Honingdauw is rijk aan suikers en glucose (Melicitose), vooral fructose en sacharose komen er in voor.

Daarnaast zit er maltose, fructomaltose en melecitose als ook andere oligosachariden in kleinere hoeveelheden in.

Honingdauw bevat ook enzymatische bestanddelen, organische zuren, vitaminen,

Vitaminenzuren, adenosinemonofosfaatzuren, en adenosinemonofosfaat.

Honingdauwhoning heeft vaak een donkerder kleur en een krachtiger, kruidiger smaak, en wordt vaak gekozen door liefhebbers van een minder zoete honingsoort. 

Artikel 11 Warenwetbesluit vermeld:

De aanduiding honingdauwhoning wordt gebezigd voor honing, al dan niet met nectarhoning vermengd, die voornamelijk is verkregen uit uitscheidingsproducten van plantensapzuigende insecten (Hemiptera) op de levende plantendelen of uit afscheidingsproducten van levende plantendelen.

Lees meer omtrent:   Honingdauwhoning – Imkerpedia

                              Honingdauwhoning. | Bits and Bees

Honingdauwhoning is géén extra florale honing.

Bij honingdauw zijn bladluizen, schildluizen en andere zuigende insecten betrokken.

Zij zuigen plantensappen (floëemsappen) op en scheiden een suikerrijke vloeistof uit die door de bijen worden verzameld.

Dus:

bloem →                                           florale nectar →                   florale honing
nectarklier buiten bloem →         extraflorale nectar →        extraflorale honing
bladluis/schildluis →                      honingdauw →                    honingdauwhoning

En er is ook nog Melicitose honing. 

Melezitose, ook gespeld als melecitose of melicitose, is een trisacharide suiker die voorkomt in de honingdauw van veel sapbomen zoals lariks, lindeboom, populier en douglaszilverspar  en dan ook in honing. Het wordt enzymatisch geproduceerd door veel luizen die plantensap eten, zoals o.a. de Cinara pilicornis. 

Meer informatie is te lezen in de volgende artikelen :          Melecitose-Honing | Bits and Bees

Melecitosehoning – Imkerpedia

Extra-florale honing

Een van de meest zichtbare voorbeelden is de kers.

Bij zoete kers (Prunus avium), vogelkers (Prunus padus) en laurierkers (Prunus laurocerasus) zitten aan de bovenkant van de bladsteel, vlak bij de bladvoet, vaak één of twee kleine roodachtige of groenige bobbeltjes. Dat zijn extraflorale nectariën. Mieren – en wespen – weten deze goed te vinden.

Ook wikke-soorten (Vicia) hebben bekende extraflorale nectariën, meestal als donkere vlekjes op de steunblaadjes. Bonen, zoals stokboon en pronkboon (Phaseolus vulgaris en P. coccineus), kunnen suikerhoudende klieren bij de bladaanhechting dragen.

Vlier (Sambucus nigra) wordt vaak genoemd als goed voorbeeld, met nectariën op jonge stengels en bladstelen. Bij valse acacia (Robinia pseudoacacia) en verschillende andere vlinderbloemigen past het verschijnsel mooi in de familie: Vlinderbloemigen zijn wereldwijd de kampioenen van de extraflorale nectariën.

Bijen zijn tevens massaal te vinden op fruit welke overrijp is, zoals o.a. pruimen.

Het vocht en de suikers die zij hier verzamelen worden deze ook als Honingdauw beoordeeld.

De belangrijkste verschillen:

Florale honingExtraflorale honing
Nectar afkomstig vanBloemenNectarklieren buiten bloemen
Functie voor de plantVooral bestuivers aantrekkenVaak bescherming tegen planteneters
Bijen kunnen het verzamelen?JaJa
SamenstellingAfhankelijk van de bloemAfhankelijk van plant en nectarklier
Smaak/kleurSterk afhankelijk van drachtplantKan eveneens sterk variëren, echter meestal een kruidige smaak
Bestuiving noodzakelijk?Nectar hangt samen met bloem/bestuivingNee, nectarklier staat buiten de bloem

Meer informatie omtrent Schimmels en Sporen o.a te lezen op:

(PDF) Palynologische en geografische karakterisering van Spaanse eiken honingmelhoning

Foto’s: GBWV© Tenzij anders vermeld.

In een volgende fase worden nog de diverse sporen/schimmels geplaatst!!!

Een overzicht van een uitgebreid aantal Honingschimmels ook genoemd; “Honeydew elements” is in bewerking.

Deze is op aanvraag bij de beheerder beschikbaar.